Voorbeeld 7

terug naar de spelbeschrijving

 

Blauw is aan de beurt en gooit 1, 1, en 5. Met een 1 kan hij niet in z'n huisje komen, omdat daar al een andere pion staat. Met de 5 kan hij ook niet in z'n huisje komen, want hij mag niet teruglopen.

Toch is hier wel een oplossing voor. Blauw heeft namelijk geen andere pionnen meer op het bord staan en kan dus verder niet zetten. In dat geval mag hij de pionnen in z'n huisje verzetten.

Hij zet een van beide pionnen in z'n huisje 1 stapje vooruit.

Blauw heeft nu een 1 gebruikt, maar heeft er nog eentje over. Hiermee kan hij de pion in z'n huisje zetten.
En zo staat 'ie netjes binnen!

 

 

Groen is aan de beurt en gooit 1, 2 en 2. Groen kan op dit moment precies één zet doen: de 1.

De pionnen in z'n huisje mag hij niet verzetten, omdat hij verder nog een zet kan doen.

Groen heeft nu de 1 gezet. Inmiddels kan hij verder geen zetten meer doen, dus kan hij nu een van de pionnen in z'n huisje zetten.
En nu kan hij wel naar binnen!
Klaar is Kees!

 

 

Rood is aan de beurt en gooit 1, 3 en 5. De pion die vlak voor het huisje staat, kan hij niet zetten. Anders zou hij op een andere pion terechtkomen of terug moeten lopen.

Hij mag ook geen zetten doen binnen z'n huisje, want rood heeft nog een andere pion op het bord staan.

Hij moet dus alle zetten doen met de andere rode pion.

 

 

Blauw is aan de beurt en gooit 1, 3 en 6. Blauw kan de 1 zetten en doet dit.

Nu kan blauw niets meer zetten. Als hij 3 zou zetten, komt hij op de plek van een andere pion en voor de 6 zou hij terug moeten lopen.

Maar hij kan wel de 6 overgooien, omdat hij geen andere zet meer kan doen.

Hij heeft de 6 overgegooid en dit heeft een 2 opgeleverd.

Omdat hij nu geen andere zetten meer kan doen, mag hij nu binnen zijn huisje de 2 zetten.

En nu kan hij wel de 3 zetten.
Blauw heeft gewonnen! Gefeliciteerd!

terug naar de spelbeschrijving